Verzuimkosten terugdringen en loonsancties voorkomen?
De loonsanctie
Loonsanctie en verplichte loondoorbetaling
Tijdens de wachttijd van 104 weken moeten werkgever en werknemer er samen alles aan doen om te re-integreren binnen het bedrijf. Dit wordt spoor 1 genoemd. In principe moet deze re-integratie gericht zijn op een terugkeer binnen het eigen bedrijf. Als dit niet mogelijk is, moet gekeken worden naar re-integratie bij een andere werkgever. Dit wordt aangegeven met spoor 2.
Heeft de werkgever volgens het UWV niet genoeg gedaan aan de re-integratie van een zieke werknemer? En vraagt de werknemer een WIA-uitkering aan? Dan kan het UWV de werkgever verplichten om 1 jaar langer het loon van de werknemer door te betalen. Ontslag is dan nog niet mogelijk.
De periode van verplichte loondoorbetaling bij ziekte loopt gelijk aan de periode waarin het wettelijk opzegverbod tijdens ziekte geldt. Als het UWV de periode van verplichte loondoorbetaling bij ziekte verlengt, wordt ook automatisch het wettelijk opzegverbod bij ziekte verlengd.
Het UWV laat weten wat de werkgever nog moet doen aan re-integratie. Bv: afronden van spoor 1 of met een re-integratiebedrijf een deugdelijk spoor 2 uitvoeren. Deze periode kan verkort worden indien de werkgever alsnog aan de eisen voldoet. Bv: door een re-integratietraject in te kopen. Is dit gedaan en afgerond, dan kan dat gemeld worden aan het UWV. Indien UWV besluit dat de werkgever alsnog genoeg heeft gedaan aan re-integratie, hoeft er na 6 weken geen loon meer doorbetaald te worden.
Met andere woorden; Als het UWV van mening is, dat werkgever zich onvoldoende ingespannen heeft, kan UWV besluiten om de wachttijd met maximaal 52 weken te verlengen. Tijdens deze verlenging moet werkgever het loon (of tenminste 70% hiervan) blijven doorbetalen. Deze verlenging van de verplichte loondoorbetaling wordt ook wel loonsanctie genoemd.
Bij het opleggen van deze sanctie geeft het UWV ook aan wat er gedaan kan worden om de re-integratie te verbeteren. Als de werkgever deze verbeteringen heeft doorgevoerd, kan bij het UWV gevraagd worden om de loonsanctie te stoppen.
Als de werknemer van mening is dat de werkgever onvoldoende aan re-integratie doet, dan kan de werknemer UWV vragen om een loonsanctie op te leggen.
Uiteraard heeft de werkgever het recht om het besluit van de loonsanctie aan te vechten door bezwaar en beroep tegen deze beslissing in te stellen.
Advies aan de werkgever is om, bij twijfel, een deskundigenoordeel aan te vragen bij het UWV. Met dit oordeel wordt gekeken wat u gedaan heeft aan re-integratie.
A.A.M. wil graag een arbeidskundig advies uitbrengen.
